 |
1. Drie tentjes midden in de wildernis. |  |
2. De reden dat we hier naar toe gaan is deze rots. Daar kan je mooi vanaf springen. Als je durft tenminste. Als je bovenop staat is het erg ver naar beneden. |
 |
3. Maar daar zie ik al drie aapjes. |  |
4. Whooohhh... |
 |
5. Inderdaad, een heel stuk voor je beneden bent. |  |
6. Auke heeft het overleeft, nu ik. |
 |
7. En daar gaat nummer twee. |  |
8. En dan zwemmen we weer terug naar de kant. |
 |
9. 's Avonds een kampvuurtje stoken om warm te blijven. |  |
10. En ook in deze vakantie breekt het moment aan om alles weer in te pakken. |